Waar licht is, is ook schaduw. Helden zijn “licht”, ze lossen op, redden, brengen perspectief, zijn een voorbeeld. In ieder mens schuilt een held. Meestal kleinschalig en te overzien. Ouders zijn het voor hun kinderen, echtelieden en vrienden tegenover elkaar. Veel mensen die leiding gaan geven hebben daarvoor op zijn minst ook een altruïstisch motief. David Kantor heeft in “My Lover, Myself” heldendom onderzocht in zijn dagelijkse betekenis. Welke typen zijn er en hoe verhouden die zich tot elkaar. Maar ook, wat gebeurt er met een held onder stress. Het levert een boeiend plaatje op.
Kantor onderscheidt drie primaire typen
-
The Fixer: de oplosser, dingen moeten geregeld worden, problemen die te lang bestaan groeien als kanker, rommel moet worden opgeruimd, gevaar het hoofd geboden. Het is het archetype van de Amerikaanse westernheld die een stadje schoonveegt. Veel politici hebben dit basistype. Kennedy is er een voorbeeld van, Bush ook, maar op een andere manier. Veel mensen hebben in Fortuyn zo’n helper gezien
-
The Protector: de beschermer, het zwakke moet worden beschermd. Het is de basismode van de ouder, misschien vooral de moeder, die zelfs bereid is haar eigen leven te geven voor haar kind. Ook deze soort held komt in de politiek veel voor. Het milieu, de derde wereld en de minima zijn het waard om beschermd te worden immers, zo ook de zwakkeren op de arbeidsmarkt. Moeder Theresa is misschien voor veel mensen het archetype, het komt in ieder geval in de meesten van ons los als we bij een nationale actie doneren voor dekens, medicijnen en tenten na een ramp
-
The Survivor: de overlever, mensen moeten leren zichzelf te redden, ze moeten geholpen worden met geduld sterker te worden. Dingen voor ze oplossen, voedsel geven, helpt niet op langere termijn. Lijden maakt sterk en het is de kunst om die kracht los te maken. Ghandi was een voorbeeld en waarschijnlijk Nelson Mandela ook. Ook Obama-yes-we-can lijkt er één te zijn. Het is de manier waarop ouders soms pubers opvoeden
Volgens Kantor wordt de persoonlijke preferentie voor de typen of soorten helden gevormd in de vroege jeugd. De vraag is, wat is de rol van het kind in de systemische structuur van het gezin en welk soort held heeft hij zich het sterkst gedroomd toen hij voor het eerst met zijn rol in de problemen kwam. Moest jij vaak zorgen voor het jongere broertje ? Of bemiddelde je in de ruzies tussen je ouders ? En als er dan wat fout ging, verlangde je dan naar kracht ? Of naar een arm om je heen van oma ? Of naar ingrijpen door de buurman ? Ik heb als bijlage een verhaaltje bijgevoegd dat ik soms gebruik om mensen te helpen zoeken naar hun eigen type, met aan het einde de vraag: ga terug naar je jeugd en haal je zo’n traumatische gebeurtenis voor de geest (we hebben allemaal, zelfs met de meest gelukkige jeugd wel eens zoiets meegemaakt). Welke held verlangde je als redder en wat heb je dan ook zelf geprobeerd ?
Bij enig voorstellingsvermogen vallen twee dingen op. In de eerste plaats hebben we alle drie de typen vrijwel allemaal in ons arsenaal. Zeker als we kinderen groot brengen vullen we alle drie de heldenrollen in. Toch is er meestal maar één dominant, is er een redelijk sterke tweede rol en een zwakke derde. In de tweede plaats kan je zien dat de typen onderling ook strijdig zijn. Overlevers vinden dat Oplossers problemen niet echt oplossen en afhankelijkheid kweken of tenminste laten voortbestaan. Oplossers ergeren zich aan het geduld van Overlevers en zijn bang dat problemen groeien als je er niet wat aan doet. Beschermers kunnen er slecht tegen dat Overlevers lijden laten voortduren, ze willen het acuut verminderen en Overlevers vinden dat Beschermers verantwoordelijkheid bij mensen weghalen.
In de altruïstische motieven van managers, bestuurders en leiders zie je ook deze archetypen terug. Waarschijnlijk is de verdeling en de zichtbare uitingsvorm van de typen over de populatie in de tijd wat wisselend. We kennen allemaal de daadkrachtige fixer met zijn empty desk. Nu netwerkt deze om dingen te regelen, vroeger was hij meer een autoritaire regelaar. We kennen allemaal de leider met het pokerface die zijn zorgen weghoudt voor zijn mensen, vroeger was hij patriarchaal, nu probeert hij rust uit te stralen en de verhouding met de OR prettig te houden. We kennen ook de leider die zich inzet om zijn mensen steeds nieuwe uitdagingen voor te schotelen. “Yes we can”, of “je kunt het…” zeggen ze dan. Leiders die geen vragen van hun mensen willen maar antwoorden waar ze wat op terug kunnen zeggen. Je kunt je voorstellen wat een leuke mengvorm aan potentiële conflictstof oplevert in een directieraad, maar ook, wat mensen tekort komen als de raad homogeen één van de types vertegenwoordigt.
Waar licht is, is ook schaduw, we zeiden het al. Als de stress oploopt kan de kracht en het positieve in de stijl van een held in zijn tegendeel omslaan. Hoe meer er op het spel staat, hoe meer problemen zich tegelijk voordoen, hoe groter de persoonlijke druk op succes hoe meer die schaduw zich manifesteert. Zie het volgende plaatje.
![]()
Oplossers worden ongeduldig en arrogant. Ze vertonen haantjesgedrag en willen ook haantje de voorste zijn. Ze houden steeds minder rekening met de belangen van anderen, Ze lossen de problemen van Piet op over de rug van Ingrid. Ze willen weerstand breken, ook als die terecht is. En als de druk echt fundamenteel groot wordt helpen ze zichzelf eerst, spelen hun omgeving uit elkaar of gaan over lijken. Ze vinden het niet erg om de slag te winnen, ook als dat de winst in de oorlog niet dichterbij helpt en de organisatie in gevaar brengt. Ze gaan verdeel- en heersgedrag vertonen.
Beschermers raken onder druk overbezorgd. Gaan zich scherp aan procedures houden en risico’s mijden. Hun daadkracht neemt af. Ze aanvaarden lijden om te voorkomen dat anderen gaan lijden. Ze nemen schuld op zich die bij anderen kan thuis horen die hun verantwoordelijkheid niet kenden. Ze nemen weerstand erg serieus en proberen die weg te nemen met compromissen en uitstel of zelfs afstel. En als de druk echt fundamenteel wordt, kunnen het klokkenluiders worden die zwartboeken gaan schrijven en formele procedures opstarten om besluiten te wraken of de mensen die ze namen.
Overlevers gaan onder druk steeds meer verantwoordelijkheid naar zich toehalen, maar piepen niet dat ze het te druk hebben en het er eigenlijk niet bij kan. Ze gaan steeds harder werken, steeds meer uren maken. Als er weerstand ontstaat probeert de overlever duidelijk te maken dat als je maar iets meer je best doet, je verantwoordelijkheid iets scherper ziet… de zaak kan worden opgelost. Ze cijferen zichzelf weg, verliezen hun relativeringsvermogen en gevoel voor humor. Als anderen niet meegaan in die ijver en hun verantwoordelijkheid niet pakken op de manier zoals zij denken dat het moet kunnen ze wrokkig en afstandelijk worden. Uiteindelijk, als de druk echt fundamenteel groot wordt en de overlever ziet dat de ander niet meegaat en meegroeit wordt de afstand zo groot dat hij afstand neemt. Hij vertrekt en laat alles wat hij eerst met zoveel inzet oppakte uit zijn handen vallen: geen paarlen voor de zwijnen…..
Herkenbaar ? En hou je er rekening mee, als je het patroon bij de ander herkent ? Of zie je het als de moeite waard om erover te praten en de ander te helpen voor hij of zij in zijn schaduw stapt ?


